Hoe gedraagt klei zich onder een woning?
Klei bestaat uit zeer fijne deeltjes die water vasthouden. Bij droogte verliest klei water en krimpt hij; bij nat weer neemt hij water op en zwelt hij. Daardoor kan de bodem onder een woning met de seizoenen op en neer bewegen.
Kleideeltjes zijn veel fijner dan zandkorrels. Tussen die deeltjes zit water, dat de grond zijn plastische, kneedbare eigenschappen geeft. Als klei uitdroogt, trekt het water zich terug en komen de deeltjes dichter bij elkaar: de grond krimpt en er kunnen scheuren in de bodem ontstaan. Wordt de klei weer nat, dan neemt hij water op en zwelt hij weer.
Dat proces heet krimp en zwel. Hoe sterk een kleibodem reageert, hangt af van het type klei, de hoeveelheid water die erin zit en hoe diep de droogte doordringt. Zand is in de regel stabieler, omdat het nauwelijks krimpt of zwelt. Een kort overzicht vind je in het kennisbankartikel over de kleibodem.
Waarom is droogte een aandachtspunt bij klei?
In droge perioden kan klei onder en rond de woning krimpen. Krimpt de grond onder een deel van de fundering meer dan onder een ander deel, dan kan de woning ongelijk gaan zakken.
In een lange droge periode verliest de bovengrond water, en bij klei leidt dat tot krimp. De invloed is het grootst in de bovenste lagen, precies waar een ondiepe fundering op rust. Ook bomen en grote struiken dicht bij een woning kunnen de grond plaatselijk extra uitdrogen, omdat ze water uit de bodem opnemen.
Na een droge periode kan de klei weer zwellen als het gaat regenen. Een woning die meebeweegt, keert daarbij niet altijd precies terug naar haar oorspronkelijke stand. Bovendien kan de grond onder de ene kant van de woning anders reageren dan onder de andere kant, bijvoorbeeld door verschil in begroeiing, bestrating of schaduw.
Merk je dat scheuren in de zomer breder worden en in de winter weer smaller? Leg dat dan vast met foto’s, een liniaal of meetlint en de datum. Zo’n seizoenspatroon kan een specialist helpen om de oorzaak te duiden.
Hoe ontstaat ongelijke zetting op klei?
Ongelijke zetting ontstaat als de klei onder het ene deel van de woning meer krimpt, inklinkt of zakt dan onder het andere deel. Ongelijke zetting is in de regel schadelijker dan een woning die gelijkmatig zakt.
Een woning kan een gelijkmatige zakking vaak goed verdragen. Problemen ontstaan vooral als delen van de woning anders bewegen. Op klei kan dat verschillende oorzaken hebben:
- Wisselende bodemopbouw: de dikte of samenstelling van de kleilaag verschilt onder de woning.
- Verschil in uitdroging: de zonkant, een bestrate kant of een kant met bomen droogt sneller uit.
- Verschil in fundering: een aanbouw met een eigen, ondiepere fundering reageert sterker op krimp dan het hoofdgebouw.
- Verschil in belasting: een zwaardere gevel of een opbouw drukt meer op de grond dan de rest.
Mogelijke gevolgen zijn scheuren in het metselwerk, scheefstand en klemmende deuren. Die signalen kunnen echter ook andere oorzaken hebben. Lees meer over scheuren in de gevel en verzakking van een woning.
Maakt het funderingstype verschil op klei?
Ja. Een fundering op staal rust direct op de bovengrond en is daardoor gevoeliger voor krimp en zwel van klei. Bij een paalfundering wordt het gewicht dieper overgebracht, al speelt dan de grondwaterstand een rol voor houten palen.
Fundering op staal
De woning beweegt mee met de bovengrond. Bij krimp in een droge periode kan een deel van de fundering zakken. Lees meer over fundering op staal.
Houten palen
De palen dragen op een diepere laag, waardoor krimp van de bovengrond minder direct doorwerkt. De grondwaterstand blijft wel belangrijk voor het hout. Lees meer over houten palen.
Aanbouwen
Aanbouwen hebben vaak een ondiepere fundering. Op klei kan daardoor op de aansluiting met het hoofdgebouw een scheur ontstaan.
Woningen van vóór circa 1970 hebben vaker een fundering op houten palen of op staal. Welk type onder een specifieke woning zit, blijkt soms uit bouwtekeningen in het archief en wordt bij een fase 0-onderzoek zo goed mogelijk vastgesteld.
Waar komt klei voor in Friesland en Groningen?
In Friesland bestaan het noorden en westen vooral uit zeeklei, bijvoorbeeld rond Franeker, Harlingen en Bolsward. In Groningen is het noorden, het Hogeland, vooral zware zeeklei, en ook rond Appingedam en Delfzijl ligt klei.
In het noorden en westen van Friesland is zeeklei de belangrijkste bodemsoort, onder meer rond Franeker, Harlingen en Bolsward. Harlingen is een havenstad aan de Waddenzee met een historische binnenstad, waar naast de zeeklei ook bodemdaling door zoutwinning speelt. Rond Sneek bestaat de ondergrond uit klei en veen.
In de provincie Groningen bestaat het Hogeland in het noorden vooral uit zware zeeklei. Appingedam, de historische stad aan het Damsterdiep die bekend is om de hangende keukens, ligt in een kleigebied. Ook Delfzijl, de havenstad aan de Eems, ligt op klei. Beide plaatsen liggen in het gebied waar de gevolgen van de gaswinning, zoals aardbevingsschade en versterking, nog een rol spelen. In de stad Groningen liggen de lagere delen op klei en veen.
Vermoed je schade door gaswinning, meld dat dan bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Een funderingsscan is geen schademelding, maar een onafhankelijk onderzoek naar de staat en het risico van je fundering.
Wanneer is funderingsonderzoek op klei verstandig?
Onderzoek kan verstandig zijn als scheuren groeien of met de seizoenen meewerken, als meerdere signalen tegelijk optreden, of als je een oudere woning op klei wilt kopen waarvan de fundering niet bekend is.
Een fase 0 Quick Scan combineert archief- en bodemonderzoek met een visuele inspectie van de woning. Daarbij komen onder meer het bouwjaar, het vermoedelijke funderingstype, de bodemopbouw en het grondwater aan bod, naast gevels, scheuren, kozijnen, vloeren en scheefstand. Je ontvangt normaal gesproken binnen 2 werkdagen na de inspectie een rapport met foto’s, conclusie en advies. Fase 0 kost vanaf €350 inclusief btw, afhankelijk van de woning.
Geeft de quickscan daar aanleiding toe, dan kan fase 1 volgen met metingen zoals lintvoegwaterpassing, loodmeting en vloerveldwaterpassing. Twijfel je of onderzoek zinvol is? Doe dan de online funderingscheck of vraag direct een funderingsscan aan.