Waarom worden funderingsmetingen uitgevoerd?
Funderingsmetingen worden uitgevoerd om objectief vast te leggen of een woning hoogteverschillen, scheefstand of een aflopende vloer heeft. Ons oog is daar onbetrouwbaar in; meetwaarden maken zichtbaar of signalen samen een patroon vormen dat op beweging van de fundering kan wijzen.
Een scheur zie je meteen, maar een gevel die twee centimeter is gezakt of een vloer die een paar millimeter per meter afloopt, ontgaat je vaak. Oudere woningen zijn bovendien met de hand gebouwd, dus niet elke lijn was ooit perfect recht. Metingen helpen om onderscheid te maken tussen wat altijd al zo was en wat op beweging kan wijzen.
Op deze pagina zie je vier onderdelen van funderingsonderzoek in actie:
- LintvoegwaterpassingHoogteverschillen langs een doorlopende metselvoeg in de gevel.
- Loodmeting en scheefstandHoeveel een gevel of wand afwijkt van de verticaal – met de Oldehove als herkenbaar voorbeeld.
- Scheuren en scheurpatronenWelke scheuren je ziet en waar een onderzoeker op let.
- VloerveldwaterpassingHoogtes in een raster over de vloer, met een doorsnede.
Metingen staan nooit op zichzelf. Ze volgen meestal nadat in fase 0 funderingsonderzoek de woning, de ondergrond en de zichtbare signalen zijn bekeken, en ze horen bij fase 1 funderingsonderzoek. Wil je eerst weten wat een funderingsscan in het algemeen inhoudt, lees dan wat een funderingsscan is.
1. Lintvoegwaterpassing
Bij een lintvoegwaterpassing wordt op meerdere punten de hoogte van een doorlopende horizontale metselvoeg gemeten. Hieronder meet je zelf zes punten, A tot en met F, op een jaren-dertiggevel en zie je direct het hoogste punt, het laagste punt, het hoogteverschil en het verloop.
Jaren-dertigwoningen zijn een goed voorbeeld: ze hebben vaak lange, doorlopende lintvoegen in schoon metselwerk en staan in Friesland en Groningen regelmatig op een ondergrond met klei of veen. In de simulatie loopt de voeg van punt A naar punt F geleidelijk af. Het patroon is daarbij belangrijker dan één los getal.
Meet zelf: lintvoegwaterpassing op een jaren-dertiggevel
Klik of tik op de meetpunten A tot en met F. Je ziet per punt de hoogte van de lintvoeg en hoe daaruit het verloop over de gevel ontstaat.
Nog geen meetpunten gemeten. Kies een meetpunt in de gevel.
Hoogteprofiel van de lintvoeg (voorbeeldwaarden)
Hoogtes in cm ten opzichte van een vast referentiepunt (meetpeil). Het gaat om de verschillen tussen de punten, niet om een absolute hoogte. Punt A is het referentiepunt van de referentielijn.
De lintvoeg is ooit vrijwel waterpas gemetseld. Door op meerdere punten de hoogte te meten, zie je of de voeg nog recht loopt of dat delen hoger of lager liggen dan de referentielijn.
Een hoogteverschil kan verschillende oorzaken hebben. Binnen funderingsonderzoek wordt zo'n meting daarom altijd gecombineerd met andere informatie, zoals de bouwkundige situatie, bodemgegevens, zichtbare scheuren en andere metingen.
Een lintvoegwaterpassing alleen stelt geen diagnose van een fundering. Dit patroon kan aanleiding zijn om nader te onderzoeken wat de oorzaak is.
Bekijk alle voorbeeldwaarden
| Meetpunt | Hoogte t.o.v. meetpeil (voorbeeld) | Verschil t.o.v. punt A |
|---|---|---|
| Punt A | 102,4 cm | referentiepunt |
| Punt B | 102,1 cm | −3 mm |
| Punt C | 101,7 cm | −7 mm |
| Punt D | 100,9 cm | −15 mm |
| Punt E | 100,5 cm | −19 mm |
| Punt F | 100,1 cm | −23 mm |
Wat is een lintvoegwaterpassing?
Een lintvoegwaterpassing is een hoogtemeting waarbij de hoogte van een doorlopende horizontale metselvoeg – de lintvoeg – op meerdere punten langs de gevel wordt bepaald, zodat hoogteverschillen in die gevel zichtbaar worden.
Een lintvoeg is een voeg die over de hele breedte van de gevel doorloopt en bij de bouw vrijwel waterpas is gemetseld. Juist daarom is hij bruikbaar als referentie: als delen van de gevel later ongelijk zijn gezakt, ligt de voeg op die plekken lager. Eén meetpunt zegt niets; pas door meerdere punten met elkaar te vergelijken zie je het verloop. Hoogteverschillen kunnen passen bij ongelijke zetting, maar ook bij bouwtoleranties of latere verbouwingen.
Hoe wordt een lintvoegwaterpassing uitgevoerd?
Een lintvoegwaterpassing verloopt in zes stappen: een referentie bepalen, meetpunten kiezen, hoogtes meten, de meetwaarden vergelijken, het verloop beoordelen en de uitkomst combineren met andere gegevens over de woning.
- Referentie bepalenEr wordt één vast referentiepunt gekozen. Alle hoogtes worden daarmee vergeleken, zodat de meetwaarden onderling vergelijkbaar zijn.
- Meetpunten kiezenDe onderzoeker zoekt een doorlopende, zo min mogelijk verstoorde lintvoeg en verdeelt de meetpunten over de gevel, met extra aandacht voor hoeken, kozijnen en aansluitingen.
- Hoogtes metenMet een waterpasinstrument of vergelijkbare professionele meetapparatuur wordt de hoogte van de voeg op elk punt bepaald en vastgelegd.
- Meetwaarden vergelijkenWaar ligt de voeg het hoogst, waar het laagst, en hoe groot is het verschil daartussen?
- Verloop beoordelenEen geleidelijke helling, een zakkende hoek of een knik midden in de gevel vertellen elk een ander verhaal.
- Combineren met andere gegevensDe uitkomst wordt gelegd naast scheurpatronen, een loodmeting, het bouwjaar, het funderingstype en bodemgegevens.
Wat meet een lintvoegwaterpassing?
Een lintvoegwaterpassing meet de relatieve hoogteverschillen langs één gekozen meetlijn in de gevel, namelijk de lintvoeg.
De methode maakt dus zichtbaar hoe die ene lijn nu verloopt ten opzichte van een rechte referentie. Ze meet niet de fundering zelf, niet de ondergrond en niet de staat van houten palen. Wil je weten hoe een vloer verloopt, dan is een vloerveldwaterpassing de passende meting; voor het uit het lood staan van een gevel een loodmeting.
Wat kan een lintvoegwaterpassing aantonen?
Een lintvoegwaterpassing kan aantonen óf en waar een gevel hoogteverschillen vertoont, en hoe die verschillen over de gevel verdeeld zijn.
- Of de gemeten voeg recht loopt of hoogteverschillen heeft
- Welk deel van de gevel het hoogst en welk deel het laagst ligt
- Of het verloop geleidelijk is of plaatselijk sterk verandert
- Of het patroon past bij andere waarnemingen, zoals scheurpatronen of scheefstand
Daarmee is de meting een objectief vertrekpunt voor het gesprek over de vervolgstap.
Wat kan een lintvoegwaterpassing niet aantonen?
Een lintvoegwaterpassing bewijst op zichzelf niet dat een fundering defect is en zegt niets over de exacte oorzaak, de snelheid van beweging of de juiste herstelmaatregel.
Een hoogteverschil in een gevel is een waarneming, geen conclusie.
- Dat een fundering defect is – een voeg was nooit perfect waterpas en kan door verbouwingen zijn verstoord.
- Wat de exacte oorzaak is – ongelijke zetting is één mogelijkheid; bouwtoleranties en aanpassingen zijn andere.
- Hoe snel een woning beweegt – één meting is een momentopname; daarvoor zijn herhaalmetingen over tijd nodig (zie zettingsmeting).
- Welke herstelmaatregel nodig is – daarvoor kan aanvullend onderzoek nodig zijn, zoals een inspectieput.
2. Loodmeting en scheefstand
Een loodmeting legt vast hoeveel een gevel, wand of toren afwijkt van de zuivere verticaal. De Oldehove in Leeuwarden laat dat goed zien: de toren staat circa 4,2 graden uit het lood. Hij begon al tijdens de bouw in de zestiende eeuw scheef te zakken en is nooit afgebouwd.
De Oldehove staat circa 4,2 graden uit het lood, over een hoogte van circa 39 meter. In de demonstratie hieronder doe je zelf een loodmeting op de toren: je kiest een meethoogte, ziet hoe ver de toren daar van de verticale loodlijn af staat en berekent daaruit de scheefstand. Op 39 meter hoogte is dat een afwijking van ongeveer 2,86 meter. De waarden zijn berekend uit de gepubliceerde scheefstand; het is geen eigen meting van MV Funderingsscan.
Meet zelf: loodmeting op de Oldehove (4,2° uit het lood)
Zo werkt een loodmeting: je hangt een schietlood op een gekozen hoogte aan de toren. Het lood hangt altijd zuiver verticaal. Onderaan meet je de horizontale afstand tussen het lood en de voet van de toren. Uit die afstand en de hoogte bereken je de scheefstand.
Scheefstand = arctan(afstand ÷ hoogte) = arctan(2,86 ÷ 39) ≈ 4,2°
Hoe hoger je het lood ophangt, hoe groter de afstand onderaan. De berekende hoek blijft steeds circa 4,2°: de toren staat als geheel scheef. Bij een gevel die bol staat of een knik heeft, zou de hoek per meethoogte juist verschillen.
Bekijk de meetwaarden per hoogte
| Hoogte schietlood | Afstand onderaan | Berekende scheefstand |
|---|---|---|
| 10 m | 0,73 m | arctan(0,73 ÷ 10) = 4,2° |
| 20 m | 1,47 m | arctan(1,47 ÷ 20) = 4,2° |
| 30 m | 2,20 m | arctan(2,20 ÷ 30) = 4,2° |
| 39 m | 2,86 m | arctan(2,86 ÷ 39) = 4,2° |
Wat is een loodmeting?
Een loodmeting is een meting waarmee wordt bepaald in hoeverre een gevel, wand of ander bouwdeel afwijkt van de verticale richting. De afwijking geeft informatie over de mate en richting van scheefstand.
"Het lood" is de zuivere verticaal, vroeger bepaald met een schietlood: een gewicht aan een koord dat door de zwaartekracht altijd recht naar beneden hangt. Tegenwoordig gebruiken onderzoekers vaak (laser)meetinstrumenten. Door de afwijking op meerdere hoogtes en plekken te meten, zie je niet alleen óf een gevel scheef staat, maar ook naar welke kant en of de afwijking over de hele gevel gelijk is. Lees meer in wat is een loodmeting.
Hoe wordt een loodmeting uitgevoerd?
Bij een loodmeting wordt een verticale referentie bepaald, waarna op vaste punten wordt gemeten hoever de gevel of wand daarvan afwijkt; de uitkomsten worden vastgelegd en beoordeeld in relatie tot de rest van de woning.
- Verticale referentie bepalenMet een schietlood of meetinstrument wordt een zuiver verticale lijn vastgelegd.
- Gevel of wand selecterenBijvoorbeeld voorgevel, zijgevel of een binnenwand waar scheefstand wordt vermoed.
- Meetpunten bepalenOp verschillende hoogtes en posities, zodat ook een eventuele bolling of knik zichtbaar wordt.
- Afwijking metenPer punt de afstand tussen gevel en verticale referentie, inclusief de richting.
- Resultaten vastleggenIn een overzicht of tekening, zodat ze in het rapport kunnen worden verwerkt.
- Beoordelen in samenhangDe afwijking wordt bekeken naast hoogteverschillen, scheuren en de bouwwijze van de woning.
Hoe meet je scheefstand van een gevel?
Scheefstand van een gevel meet je door de gevel te vergelijken met een zuiver verticale referentie – een loodlijn – en op meerdere hoogtes vast te leggen hoever en naar welke kant de gevel daarvan afwijkt.
Zelf kun je met een lange waterpas of een schietlood een eerste indruk krijgen, maar dat is geen meting die je kunt vergelijken of interpreteren. Professioneel wordt scheefstand vastgelegd met een loodmeting op meerdere punten; soms wordt ook gekeken hoe de scheefstand zich verhoudt tot hoogteverschillen uit een lintvoegwaterpassing. Een overzicht van de manieren om scheefstand vast te stellen vind je bij scheefstandsmeting; over de signalen zelf lees je meer bij scheefstand van een woning.
Ervaar hoe een loodmeting werkt
Gebruik de schuifregelaar om de scheefstand van de gevel te veranderen. De loodlijn blijft recht; de gevel wijkt er steeds verder van af.
Gemeten afwijking0 mm
Over 6 m gevelhoogte: geen afwijking van de loodlijn.
Geen duidelijke afwijking
De gevel staat in deze simulatie vrijwel loodrecht.
De gevel wijkt enigszins af van de verticale referentie. In de praktijk wordt bekeken hoe groot de afwijking is, waar deze voorkomt en hoe deze zich verhoudt tot andere waarnemingen.
Een grotere scheefstand kan aanleiding zijn voor nader onderzoek. De oorzaak kan echter niet op basis van alleen een loodmeting worden vastgesteld.
Wat zegt scheefstand over een fundering?
Scheefstand kan een signaal zijn dat een fundering ongelijk is gezakt, maar betekent niet automatisch dat de fundering defect is.
Oudere gevels zijn lang niet altijd perfect te lood gebouwd, en scheefstand kan ook decennia geleden zijn ontstaan en inmiddels stabiel zijn. Of scheefstand iets zegt over de fundering, blijkt pas uit de combinatie met andere gegevens: richting van de scheefstand, hoogteverschillen in de lintvoeg, scheurpatronen, bouwjaar, funderingstype en bodem. Bij twijfel is fase 0 funderingsonderzoek vaak een logische eerste stap. Meer over signalen en oorzaken lees je op de pagina funderingsproblemen.
Wat is het verschil tussen een loodmeting en een lintvoegwaterpassing?
Een lintvoegwaterpassing meet hoogteverschillen in horizontale richting langs een metselvoeg; een loodmeting meet hoeveel een gevel afwijkt van de verticaal. De twee methoden kijken dus naar verschillende vervormingen en vullen elkaar aan.
| Lintvoegwaterpassing | Loodmeting |
|---|---|
| Meet hoogteverschillen | Meet de afwijking van de verticaal |
| Laat het verloop langs de gevel zien | Laat de mate en richting van scheefstand zien |
| Kijkt naar verticale hoogteverschillen tussen punten | Kijkt naar de positie van de gevel ten opzichte van verticaal |
Een gevel die aan één kant lager ligt (lintvoeg) en tegelijk naar die kant overhelt (lood), geeft een samenhangender beeld dan één meting alleen. Daarom worden beide methoden in fase 1 vaak gecombineerd. Over de signalen zelf lees je meer bij scheefstand van een woning en verzakking van een woning.
3. Scheuren en scheurpatronen
Een scheur betekent niet automatisch dat er een funderingsprobleem is. Belangrijker dan één scheur zijn de richting, de plek, de breedte en of er een patroon is. In de gevel hieronder klik je op acht soorten scheuren en lees je per scheur waar een onderzoeker op let.
Scheuren kunnen veel oorzaken hebben. De belangrijkste:
- Werking van materialen – metselwerk, beton en hout zetten uit en krimpen door temperatuur en vocht.
- Droog- of krimpscheuren – vooral in nieuwe of gerepareerde delen en in pleisterwerk.
- Zetting – een woning zakt na de bouw een beetje; zolang dat gelijkmatig gebeurt, is dat normaal.
- Ongelijke belasting – bijvoorbeeld door een verbouwing, een zware aanbouw of een verwijderde muur.
- Constructieve beweging – zoals een doorbuigende of roestende latei boven een kozijn.
- Funderingsgerelateerde beweging – als een deel van de fundering meer zakt dan de rest (ongelijke zetting).
Een uitgebreid overzicht vind je bij scheuren in de gevel en in het kennisbankartikel over scheurpatronen.
Klik op een scheur en lees waar een onderzoeker op let
In deze gevel zijn acht soorten scheuren getekend. Klik of tik op een scheur (of gebruik Tab en Enter) voor uitleg.
Een scheur betekent niet automatisch dat er een funderingsprobleem is. Mogelijke oorzaken zijn onder andere werking van materialen, droog- of krimpscheuren, zetting, ongelijke belasting, constructieve beweging en funderingsgerelateerde beweging.
Verticale scheur
Een verticale scheur loopt (vrijwel) recht van boven naar beneden. Zo'n scheur ontstaat vaak op plekken waar materialen werken door temperatuur of krimp, bijvoorbeeld in lange gevels zonder dilatatie, maar kan ook wijzen op een plaatselijk verschil in zakking.
Horizontale scheur
Een horizontale scheur volgt meestal een voeg. Mogelijke oorzaken zijn onder meer uitzetting van het metselwerk, roestend ijzerwerk of een verschil in belasting. Juist bij horizontale scheuren kijkt een onderzoeker naar de lengte en of de gevel op die plek uitbuigt.
Diagonale scheur
Een diagonale scheur kan verschillende oorzaken hebben. De richting, locatie, breedte, ouderdom en ontwikkeling van de scheur zijn belangrijk bij de beoordeling. Diagonale scheuren die naar een hoek van de woning wijzen, kunnen passen bij ongelijke zetting – maar dat is pas vast te stellen in samenhang met andere waarnemingen.
Trapvormige scheur in het metselwerk
Een trapvormige scheur loopt langs de stoot- en lintvoegen, als een trap door het metselwerk. Dit patroon wordt vaak in verband gebracht met beweging in de constructie, zoals ongelijke zetting, maar kan ook ontstaan door krimp of werking rond openingen.
Scheur vanuit een raamhoek
Hoeken van ramen en deuren zijn zwakke plekken in het metselwerk: daar komen spanningen samen. Een scheur die vanuit een hoek schuin wegloopt kan door werking van materialen of door vervorming van de gevel ontstaan.
Scheur boven een kozijn
Een scheur direct boven een kozijn wijst vaak op de constructie boven de opening, zoals een latei of rollaag. Een roestende stalen latei kan het metselwerk omhoog drukken; ook doorbuiging speelt mee. Een funderingsprobleem is daarbij één van de mogelijke, maar niet de enige verklaring.
Bredere scheur onderin de gevel
Een bredere scheur onderin de gevel, vlak boven het maaiveld, krijgt in een onderzoek extra aandacht omdat ze dicht bij de fundering ligt. Toch kan ook hier een andere oorzaak spelen, zoals vocht, vorst of een aanbouw met een eigen fundering.
Meerdere parallelle scheuren
Meerdere scheuren in dezelfde richting dicht bij elkaar vormen samen een patroon. Een onderzoeker kijkt dan niet naar één scheur, maar naar het geheel: waar ligt het patroon, in welke richting lopen de scheuren en worden ze breder.
Vijf patronen en hoe een onderzoeker ze bekijkt
Losse scheur
Eén enkele scheur, zonder andere signalen in de buurt.
Mogelijke oorzaken
- krimp of droging van metselwerk of pleisterwerk
- temperatuurwerking
- een plaatselijke spanning, bijvoorbeeld rond een opening
Waar een onderzoeker op let
Breedte, lengte, of de scheur oud of nieuw is en of ze groeit. Een losse, stabiele haarscheur is vaak onschuldig.
Mogelijk relevante vervolgstap
De scheur een tijd volgen; meestal is meten niet direct nodig.
Meerdere scheuren
Verschillende scheuren verspreid over de gevel of de woning.
Mogelijke oorzaken
- ongelijke zetting
- werking van een grote gevel zonder dilatatie
- een combinatie van oorzaken
Waar een onderzoeker op let
Of de scheuren samen een richting of zone aanwijzen, en of er ook scheefstand of klemmende deuren zijn.
Mogelijk relevante vervolgstap
Een Quick Scan (fase 0); bij een duidelijk patroon eventueel een lintvoegwaterpassing.
Trapvormig patroon
Scheuren die trapsgewijs langs de voegen door het metselwerk lopen.
Mogelijke oorzaken
- ongelijke zetting van een deel van de gevel
- vervorming van de constructie
- krimp rond openingen
Waar een onderzoeker op let
De richting van de trap: wijst die naar een hoek of naar het midden van de gevel? En is het patroon aan beide zijden van de woning zichtbaar?
Mogelijk relevante vervolgstap
Een lintvoegwaterpassing om hoogteverschillen in dezelfde gevel te vergelijken.
Gevelscheuren rond kozijnen
Scheuren die vanuit hoeken van ramen en deuren of direct boven kozijnen ontstaan.
Mogelijke oorzaken
- een roestende stalen latei
- doorbuiging boven een opening
- spanningsconcentratie in hoeken
- vervorming van de gevel
Waar een onderzoeker op let
Of het om één opening gaat of om meerdere, en of kozijnen ook klemmen of scheef staan.
Mogelijk relevante vervolgstap
Inspectie van lateien en kozijnen; bij scheefstand een loodmeting.
Verticale scheuren
Rechte scheuren van boven naar beneden.
Mogelijke oorzaken
- uitzetting en krimp in lange gevels
- een overgang tussen twee bouwdelen
- een plaatselijk verschil in zakking
Waar een onderzoeker op let
Of de scheur boven breder is dan onder (of andersom) en of hij op de aansluiting van een aanbouw ligt.
Mogelijk relevante vervolgstap
Bij een aanbouw: lees scheuren bij een aanbouw; bij twijfel een quickscan fundering.
Scheuranalyse: wat zie je aan de woning?
Kies hieronder wat het meest lijkt op wat je aan je woning ziet. Je krijgt een informatieve uitleg en een mogelijke vervolgstap – geen diagnose. Bij meerdere of terugkerende scheuren is het verstandig om niet alleen naar de scheur zelf te kijken, maar ook naar het patroon en mogelijke beweging van de constructie.
Wat zie je aan de woning?
Kies wat het meest op jouw situatie lijkt. Je krijgt een informatieve route, geen diagnose.
Ik zie één kleine scheur
Eén kleine scheur heeft vaak een onschuldige oorzaak, zoals krimp of temperatuurwerking. Leg de scheur vast met een foto met liniaal en kijk na een paar maanden of hij groeit. Twijfel je, of zie je ook andere signalen, dan kan een Quick Scan meer duidelijkheid geven.
Ik zie meerdere scheuren
Bij meerdere of terugkerende scheuren kan het verstandig zijn om niet alleen naar de scheur zelf te kijken, maar ook naar het patroon en mogelijke beweging van de constructie.
Ik zie diagonale scheuren
Diagonale scheuren worden vaak in verband gebracht met ongelijke zetting, maar ook vervorming rond openingen kan een rol spelen. De richting van de scheuren en de plek in de gevel zijn belangrijk om te bepalen of nader onderzoek zinvol is.
De scheuren zitten vooral bij kozijnen
Scheuren bij kozijnen hebben vaak met de constructie boven de opening te maken, zoals een latei. Klemmen ramen of deuren ook, of zie je scheefstand, dan is het verstandig om breder te laten kijken.
De scheuren lopen trapvormig door het metselwerk
Een trapvormig patroon kan passen bij beweging van (een deel van) de gevel. Dit patroon kan aanleiding zijn om nader te onderzoeken wat de oorzaak is, bijvoorbeeld met een lintvoegwaterpassing in fase 1.
Ik zie ook verzakking of scheefstand
Scheuren in combinatie met verzakking of scheefstand zijn een reden om de woning als geheel te laten beoordelen. Een Quick Scan (fase 0) brengt in kaart of metingen in fase 1 zinvol zijn.
Deze visualisatie is een educatieve simulatie en vervangt geen professioneel funderingsonderzoek. Alleen onderzoek ter plaatse laat zien wat de oorzaak van scheuren is.
4. Vloerveldwaterpassing
Bij een vloerveldwaterpassing wordt de hoogte van een vloer gemeten op punten in een raster. Zo ontstaat een kaart van de vloer waarop je ziet waar die het hoogst en het laagst ligt. Hieronder meet je zelf een raster van 5 bij 5 meetpunten.
Je kijkt van bovenaf op de vloer van een woonkamer. Ieder vak is een meetpunt. Gemeten punten krijgen een kleur: lichtblauw is hoog, oranje is laag. Onder het raster zie je een doorsnede van één rij, zodat je ook ziet hoe de vloer in die richting verloopt.
Meet zelf: vloerveldwaterpassing in een woonkamer
Je kijkt van bovenaf op een vloer met een raster van 25 meetpunten. Tik op meetpunten om hun hoogte te zien, of meet het hele veld in één keer.
Nog geen meetpunten gemeten.
Doorsnede van de vloer
Bekijk alle voorbeeldwaarden (cm t.o.v. meetpeil; A1 is het referentiepunt)
| Rij | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| A | 100,0 | 99,9 | 99,9 | 99,8 | 99,7 |
| B | 99,9 | 99,8 | 99,8 | 99,7 | 99,6 |
| C | 99,8 | 99,8 | 99,7 | 99,6 | 99,5 |
| D | 99,8 | 99,7 | 99,6 | 99,5 | 99,4 |
| E | 99,7 | 99,6 | 99,5 | 99,4 | 99,3 |
Wat is een vloerveldwaterpassing?
Een vloerveldwaterpassing is een hoogtemeting van een vloer op een raster van meetpunten, waarmee hellingen, doorbuiging en plaatselijke zakkingen van de vloer in kaart worden gebracht.
Waar een lintvoegwaterpassing naar één lijn in de gevel kijkt, kijkt een vloerveldwaterpassing naar een heel vlak. Dat is handig als je merkt dat een knikker wegrolt, een kast wiebelt of deuren gaan klemmen. Meer achtergrond lees je in wat is een vloerveldwaterpassing en bij helling in de vloer.
Hoe wordt een vloerwaterpassing uitgevoerd?
De onderzoeker verdeelt de vloer in een raster, kiest een referentiepunt en meet op elk rasterpunt de hoogte. De meetwaarden worden verwerkt tot een overzicht waarop het verloop van de vloer zichtbaar is.
- Raster uitzettenDe vloer wordt verdeeld in vakken, met meetpunten op vaste afstanden en extra punten bij wanden en hoeken.
- Referentiepunt kiezenAlle hoogtes worden vergeleken met één vast punt.
- Hoogtes metenOp elk rasterpunt wordt de hoogte vastgelegd met een waterpas- of laserinstrument.
- Verwerken en beoordelenDe waarden worden verwerkt tot een kaart of doorsnede en beoordeeld in samenhang met de vloerconstructie en de gevelmetingen.
Wat meet een vloerveldwaterpassing?
Een vloerveldwaterpassing meet de relatieve hoogteverschillen over het oppervlak van een vloer: waar de vloer hoger of lager ligt, hoe groot het verschil is en in welke richting de vloer afloopt.
De meting zegt iets over de bovenkant van de vloer, niet direct over de fundering eronder. Een vloer kan aflopen door zetting van de fundering, maar ook door de vloerconstructie zelf: doorbuigende houten balken, een betonvloer die nooit helemaal vlak is gestort of een afwerklaag die ongelijk is aangebracht.
Wat kan een vloerwaterpassing zeggen over verzakking?
Een vloerwaterpassing kan laten zien dat een vloer naar één kant afloopt of plaatselijk lager ligt, wat kan passen bij verzakking. Of de fundering daarvan de oorzaak is, blijkt pas in combinatie met gevelmetingen, scheurpatronen en de bouwwijze.
Loopt de vloer af naar dezelfde kant als waar de lintvoeg in de gevel lager ligt en de gevel overhelt, dan ontstaat een samenhangend beeld. Ligt alleen het midden van de vloer lager, dan kan dat eerder op doorbuiging van de vloer wijzen. Over verzakking in het algemeen lees je meer op verzakking van een woning.
Wanneer is een vloerveldwaterpassing relevant?
Een vloerveldwaterpassing is relevant als de vloer merkbaar afloopt, als deuren en kasten scheef gaan staan of als gevelmetingen wijzen op ongelijke zakking en je wilt weten of de vloer hetzelfde patroon volgt.
- De vloer voelt schuin aan of een knikker rolt steeds naar dezelfde kant.
- Binnendeuren gaan klemmen of vallen vanzelf open of dicht (zie klemmende deuren).
- Er zijn naden ontstaan tussen vloer en plint.
- De lintvoegwaterpassing of loodmeting wijst op ongelijke zakking.
Welke meting past bij mijn situatie?
Welke meting zinvol is, hangt af van wat je ziet: scheuren, een scheve gevel, een aflopende vloer of hoogteverschillen in de gevel vragen elk om een andere invalshoek. Wil je vooral weten of je woning risico loopt, dan is fase 0 vaak een logische start.
Kies je situatie
Je ziet direct welke onderzoeksstappen logisch kunnen zijn. Dit is een informatieve route, geen technische diagnose.
Ik zie scheuren in de gevel
Bij scheuren begint het met kijken: waar zitten ze, hoe lopen ze en groeien ze? Pas als het patroon daar aanleiding voor geeft, volgen metingen.
- visuele inspectie van de woning
- scheurpatroon beoordelen
- eventueel een lintvoegwaterpassing
- eventueel een loodmeting
- eventueel fase 1 funderingsonderzoek
De woning lijkt scheef te staan
Een loodmeting maakt de mate en richting van scheefstand inzichtelijk. Oudere gevels zijn niet altijd te lood gebouwd; daarom wordt de afwijking altijd in samenhang beoordeeld.
- loodmeting van gevels of wanden
- aanvullende beoordeling in samenhang met scheuren en hoogteverschillen
De vloer lijkt af te lopen
Met een vloerveldwaterpassing wordt het verloop van de vloer in een raster vastgelegd. Een hellende vloer kan ook door de vloerconstructie zelf komen.
- vloerveldwaterpassing
- beoordeling van de vloerconstructie en eventuele zetting
Ik zie hoogteverschillen in de gevel
Hoogteverschillen in de gevel worden vastgelegd met een lintvoegwaterpassing langs een doorlopende metselvoeg. Het verloop zegt meer dan één los punt.
- lintvoegwaterpassing
- eventueel aangevuld met een loodmeting
Ik wil weten of mijn woning funderingsrisico heeft
Wil je weten of er aanwijzingen zijn voor een funderingsrisico, dan is de Quick Scan vaak een goede eerste stap: archief- en bodemonderzoek plus een inspectie, met advies over de vervolgstap.
- fase 0 / quickscan fundering
- pas bij een verhoogd risico: fase 1 met metingen
Algemene indicatie. Alleen onderzoek ter plaatse laat zien wat er met jouw woning aan de hand is.
Verschil tussen de verschillende funderingsmetingen
Elke meting kijkt naar een ander onderdeel van de woning. De lintvoegwaterpassing kijkt naar hoogteverschillen in de gevel, de loodmeting naar scheefstand, de vloerveldwaterpassing naar de vloer en een scheuranalyse naar het patroon van scheuren.
| Onderzoek | Wat wordt bekeken? | Typische vraag | Wanneer? |
|---|---|---|---|
| Lintvoegwaterpassing | Hoogte van een doorlopende metselvoeg | Is de gevel ergens lager komen te liggen? | Fase 1 |
| Loodmeting | Afwijking van gevel of wand ten opzichte van verticaal | Staat de gevel scheef, en naar welke kant? | Fase 1 |
| Vloerveldwaterpassing | Hoogtes in een raster over de vloer | Loopt de vloer af of zakt hij plaatselijk? | Fase 1 |
| Scheuranalyse | Richting, plek, breedte en samenhang van scheuren | Vormen de scheuren een patroon? | Fase 0 en fase 1 |
| Zettingsmeting | Dezelfde punten herhaald over tijd | Beweegt de woning nog? | Na fase 1, bij monitoring |
Alle meetmethoden en begrippen staan ook in de kennisbank en de begrippenlijst.
Waarom is één meting een momentopname?
Eén meting laat de toestand op één moment zien. Pas door dezelfde metingen na verloop van tijd te herhalen, wordt duidelijk of een woning nog beweegt of stabiel is.
Vergelijk het met een foto tegenover een filmpje. Een enkele meting is een foto: je ziet hoe de woning er vandaag bij staat. Of iets beweegt, zie je pas als je meerdere foto’s achter elkaar legt. Daarom kan het advies na een meting zijn om te gaan monitoren.
- NulmetingDe eerste meting legt de uitgangssituatie vast.
- HerhalingNa een periode worden dezelfde punten opnieuw gemeten.
- VergelijkingVerschillen tussen de metingen laten zien of er nog beweging is.
Ook zelf kun je iets bijhouden. Fotografeer een scheur met een liniaal of meetlint ernaast, noteer de datum en herhaal dat na enkele maanden. Dat is geen vervanging van een meting, maar het kan wel nuttige informatie opleveren voor een inspecteur. Tips vind je in het artikel over scheuren in metselwerk.
Wanneer is aanvullend funderingsonderzoek nodig?
Aanvullend funderingsonderzoek is meestal zinvol wanneer de Quick Scan (fase 0) wijst op een verhoogd risico, bijvoorbeeld door duidelijke scheurpatronen, merkbare scheefstand of een combinatie van risicovolle bouw- en bodemkenmerken. Dan volgen in fase 1 gerichte metingen.
De volgorde is bewust. Metingen zonder voorafgaand onderzoek zijn lastig te duiden: je weet dan niet welk funderingstype er onder de woning zit, hoe de bodem is opgebouwd en welke signalen al bekend zijn. Daarom begint het onderzoek in de regel met de quickscan fundering. Heb je al een recent rapport, dan bespreken we of direct metingen zinvol zijn.
Fase 1 kost vanaf €950 inclusief btw; je ontvangt vooraf een offerte. Koop je een woning, lees dan ook funderingsonderzoek bij aankoop. Een overzicht van signalen en oorzaken vind je op funderingsproblemen.
Hoe verlopen funderingsmetingen in de praktijk?
De metingen vinden plaats rondom en in de woning, op plekken die zonder ingrijpen bereikbaar zijn. Als bewoner zorg je vooral voor toegang tot de gevels, de begane grond en eventueel de kruipruimte.
Voor de meeste bewoners is het meten minder ingrijpend dan ze verwachten. Er wordt niets gesloopt, er worden geen tegels gelicht en er blijven geen sporen achter. De meetpunten liggen op plekken die gewoon bereikbaar zijn: langs de gevels, op de vloer van de begane grond en bij wanden waar een loodmeting zinvol is.
- Zorg dat de gevels rondom bereikbaar zijn, ook aan de achterzijde of via de tuin.
- Maak de vloer van de begane grond zo veel mogelijk vrij op de plekken waar gemeten wordt.
- Houd het kruipruimteluik bereikbaar als daar aanvullende inspectie nodig is.
- Geef door of er sinds fase 0 iets is veranderd, zoals nieuwe scheuren.
Welke punten precies worden gemeten, wordt vooraf met je afgestemd.
Funderingsmetingen in Friesland en Groningen
MV Funderingsscan voert funderingsonderzoek uit in heel Friesland en Groningen. Welke meting het meest zegt, hangt mede af van de plek: historische binnensteden, jaren-dertigwijken, woningen aan het water en de ondergrond van klei of veen vragen elk om een andere blik.
Friesland
Leeuwarden – de Oldehove maakt in één oogopslag duidelijk wat scheefstand is. In de historische binnenstad en de jaren-dertigwijken ligt het voor de hand lintvoegwaterpassing en loodmeting samen in te zetten, omdat oude gevels zelden helemaal recht zijn gebouwd. Grou, met veel woningen dicht aan het water, hoort bij dezelfde gemeente; bij woningen aan de waterkant wordt extra gelet op het verloop van gevel en vloer richting het water.
Sneek – een waterrijke stad met een oude kern langs de grachten. Bij panden dicht op het water wordt extra gelet op het verloop van gevels richting de waterkant. Dezelfde gemeente omvat Bolsward, een van de Friese elf steden met een historische binnenstad.
Harlingen – een havenstad met historische grachtenpanden. Smalle, hoge gevels maken een loodmeting hier vaak zinvol naast de lintvoegwaterpassing.
Drachten – een stad die vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw is gegroeid. Bij jongere woningen kunnen vragen eerder over vloeren en aanbouwen gaan, waardoor een vloerveldwaterpassing relevant kan zijn.
Heerenveen – een mix van een oudere kern en jongere uitbreidingen. Omdat de ondergrond in en rond Heerenveen wisselt, begint onderzoek hier bij voorkeur met de bodem- en archiefgegevens uit fase 0.
Franeker – een historische stad met veel oude panden in de binnenstad. Scheurpatronen in oud metselwerk worden hier bij voorkeur in samenhang met eerdere verbouwingen beoordeeld.
Groningen
Groningen-stad – van de oude binnenstad tot de jaren-dertigwijken: veel woningen met doorlopend schoon metselwerk, waardoor een lintvoegwaterpassing goed uitvoerbaar is.
Appingedam en Delfzijl – liggen in het gebied waar de gevolgen van de gaswinning, zoals aardbevingsschade en versterking, nog een rol spelen. Een funderingsonderzoek geeft een inschatting van het funderingsrisico en legt de huidige toestand van de woning vast; het stelt niet vast of schade door mijnbouw is veroorzaakt. Die vraag hoort bij een aparte schadeprocedure.
Veendam – in de Veenkoloniën kan veen in de ondergrond een rol spelen. Hoogteverschillen in gevel en vloer worden daarom gelegd naast de bodemopbouw.
Winschoten – in het Oldambt is de ondergrond vaak kleiig. Klei kan bij droogte krimpen, wat scheuren en hoogteverschillen kan veroorzaken; zie ook kleibodem en fundering.
Bekijk het volledige werkgebied in funderingsonderzoek in Friesland en funderingsonderzoek in Groningen.
