Loodmeting: Een loodmeting is een meting waarmee wordt vastgesteld hoeveel en in welke richting een gevel, wand of kozijnstijl afwijkt van de verticaal, om scheefstand van een woning objectief vast te leggen.
Bekijk alle begrippenWat is een loodmeting?
Een loodmeting bepaalt of een verticaal bedoeld bouwdeel, zoals een gevel of wand, nog recht overeind staat of naar een kant helt. Het resultaat is een afwijking met een richting per meetplek.
De naam komt van het schietlood: een gewichtje aan een touw dat door de zwaartekracht altijd precies verticaal hangt. Vroeger hielden bouwers en onderzoekers zo'n lood langs een muur en keken ze hoe groot de afstand tot de muur boven en onder was. Tegenwoordig gebeurt dat vaak met digitale of lasermeetinstrumenten, maar het principe is hetzelfde: je vergelijkt de muur met een zuivere verticale lijn.
Een loodmeting is niet-destructief. Er wordt niets geopend of verwijderd; de meting gebeurt aan het oppervlak van gevels, binnenwanden of kozijnen. Daardoor past ze goed binnen een vervolgonderzoek dat de woning zelf onaangetast laat.
Scheefstand betekent dat een gevel, wand of hele woning niet meer recht staat, maar voorover, achterover of opzij helt. Een beetje scheefstand is vaak al bij de bouw ontstaan; meer scheefstand kan wijzen op ongelijke zakking.
Lees meer over scheefstand van een woningWaarom wordt een loodmeting uitgevoerd?
Een loodmeting wordt uitgevoerd om een vermoeden van scheefstand te toetsen aan meetgegevens. Met het oog is scheefstand moeilijk te schatten; een meting maakt de richting en de plaats ervan concreet.
Iemand die voor een oud huis staat, ziet soms dat de gevel "een beetje naar voren hangt". Maar het oog laat zich makkelijk misleiden door schuine dakranden, een aflopende straat of ongelijke buurwoningen. Een meting haalt die subjectiviteit weg.
De loodmeting wordt meestal ingezet als een vooronderzoek signalen heeft opgeleverd die kunnen passen bij funderingsbeweging, zoals scheuren, klemmende kozijnen of een zichtbaar hellende gevel. De meting helpt dan om die signalen te onderbouwen of juist te relativeren. Ze maakt deel uit van de reeks funderingsmetingen in fase 1.
Hoe meet je scheefstand?
Scheefstand meet je door op meerdere hoogtes de afstand van een gevel of wand tot een zuiver verticale lijn te bepalen. Het verschil tussen boven en onder geeft de afwijking en de richting.
De uitvoering van een loodmeting verloopt in een paar heldere stappen:
- Meetplekken kiezenDe onderzoeker bepaalt welke gevels, wanden of kozijnstijlen relevant zijn, bijvoorbeeld bij hoeken, bij scheuren en bij de aansluiting op buurwoningen.
- Verticale referentie opzettenMet een schietlood, waterpas of (laser)meetinstrument wordt een zuiver verticale lijn langs het bouwdeel gecreëerd.
- Op meerdere hoogtes metenDe afstand tussen het bouwdeel en de verticale lijn wordt onder, halverwege en boven bepaald, voor zover bereikbaar.
- Richting vaststellenUit de verschillen volgt of het bouwdeel voorover, achterover of opzij helt.
- Bijzonderheden noterenUitbuikingen, eerdere reparaties of afwijkende bouwdelen worden vastgelegd, omdat ze de uitkomst kunnen beïnvloeden.
Een uitgebreidere beschrijving van het meten van scheefstand aan de buitengevel vind je op de pagina over de scheefstandsmeting.
Probeer het zelf: interactieve loodmeting
Met de schuifregelaar in deze educatieve simulatie zie je hoe een gevel afwijkt van een rechte loodlijn en hoe die afwijking als meetwaarde wordt vastgelegd.
De kanteling is in de simulatie sterk overdreven en de waarden zijn fictief. In de interactieve uitleg van funderingsmetingen combineer je de loodmeting met een lintvoegwaterpassing en zie je welke meting bij jouw situatie past.
Ervaar hoe een loodmeting werkt
Gebruik de schuifregelaar om de scheefstand van de gevel te veranderen. De loodlijn blijft recht; de gevel wijkt er steeds verder van af.
Gemeten afwijking0 mm
Over 6 m gevelhoogte: geen afwijking van de loodlijn.
Geen duidelijke afwijking
De gevel staat in deze simulatie vrijwel loodrecht.
De gevel wijkt enigszins af van de verticale referentie. In de praktijk wordt bekeken hoe groot de afwijking is, waar deze voorkomt en hoe deze zich verhoudt tot andere waarnemingen.
Een grotere scheefstand kan aanleiding zijn voor nader onderzoek. De oorzaak kan echter niet op basis van alleen een loodmeting worden vastgesteld.
Loodmeting op de Oldehove: 4,2 graden uit het lood
De Oldehove in Leeuwarden staat circa 4,2 graden uit het lood. Hieronder doe je zelf een loodmeting op de toren: kies een meethoogte, lees de afwijking ten opzichte van de loodlijn af en bereken de scheefstand met arctan(afwijking ÷ hoogte).
De Oldehove staat circa 4,2 graden uit het lood, over een hoogte van circa 39 meter. In de demonstratie hieronder doe je zelf een loodmeting op de toren: je kiest een meethoogte, ziet hoe ver de toren daar van de verticale loodlijn af staat en berekent daaruit de scheefstand. Op 39 meter hoogte is dat een afwijking van ongeveer 2,86 meter. De waarden zijn berekend uit de gepubliceerde scheefstand; het is geen eigen meting van MV Funderingsscan. Alle meetmethoden naast elkaar zie je op de pagina funderingsmetingen uitgelegd.
Meet zelf: loodmeting op de Oldehove (4,2° uit het lood)
Zo werkt een loodmeting: je hangt een schietlood op een gekozen hoogte aan de toren. Het lood hangt altijd zuiver verticaal. Onderaan meet je de horizontale afstand tussen het lood en de voet van de toren. Uit die afstand en de hoogte bereken je de scheefstand.
Scheefstand = arctan(afstand ÷ hoogte) = arctan(2,86 ÷ 39) ≈ 4,2°
Hoe hoger je het lood ophangt, hoe groter de afstand onderaan. De berekende hoek blijft steeds circa 4,2°: de toren staat als geheel scheef. Bij een gevel die bol staat of een knik heeft, zou de hoek per meethoogte juist verschillen.
Bekijk de meetwaarden per hoogte
| Hoogte schietlood | Afstand onderaan | Berekende scheefstand |
|---|---|---|
| 10 m | 0,73 m | arctan(0,73 ÷ 10) = 4,2° |
| 20 m | 1,47 m | arctan(1,47 ÷ 20) = 4,2° |
| 30 m | 2,20 m | arctan(2,20 ÷ 30) = 4,2° |
| 39 m | 2,86 m | arctan(2,86 ÷ 39) = 4,2° |
Welke richting wordt gemeten?
Bij een loodmeting wordt gekeken of een bouwdeel naar voren of naar achteren helt, en waar zinvol ook of het naar links of naar rechts helt. Beide richtingen samen geven het volledige beeld.
Een gevel kan in twee vlakken scheef staan. Helt hij uit het vlak, dan buigt hij naar de straat of naar binnen: voorover of achterover. Helt hij in het vlak, dan leunt hij naar links of naar rechts, bijvoorbeeld richting een buurwoning. Bij een hoek van de woning kun je beide richtingen meten op dezelfde plek.
Voorover
De bovenkant van de gevel staat verder naar buiten dan de onderkant. Bekend bij oude stadspanden.
Achterover
De bovenkant helt naar binnen. Dit kan passen bij meer zakking aan de binnenzijde van de gevel.
Naar links of rechts
De gevel leunt opzij, vaak in de richting van het deel dat meer is gezakt.
Welke richtingen worden gemeten, hangt af van de woning en de bereikbaarheid.
Hoe wordt de afwijking vastgelegd?
Per meetplek wordt de afwijking ten opzichte van de verticaal genoteerd, samen met de richting en de hoogte waarover is gemeten. Dat wordt vaak weergegeven op een tekening of foto van de gevel.
Bij elke meting wordt vastgelegd waar is gemeten, over welke hoogte, in welke richting de afwijking gaat en welke bijzonderheden er waren. Pijlen op een schets of foto laten zien welke kant de gevel op helt.
Die zorgvuldige vastlegging maakt het ook mogelijk om de meting later te herhalen. Wordt op dezelfde plekken opnieuw gemeten, dan kun je zien of de scheefstand gelijk is gebleven of is toegenomen.
Wat kan een loodmeting aantonen?
Een loodmeting toont aan of en waar een bouwdeel afwijkt van de verticaal en in welke richting. Zo wordt scheefstand meetbaar en vergelijkbaar tussen gevels en tussen momenten.
- of een gevel of wand werkelijk scheef staat of dat het alleen zo lijkt;
- in welke richting een gevel helt en of dat overal gelijk is;
- of een hellende gevel samenvalt met scheuren of klemmende kozijnen op dezelfde plek;
- of verschillende gevels in dezelfde richting hellen, wat op beweging van de woning als geheel kan wijzen;
- een vastgelegd beginpunt voor latere vergelijking.
Daarmee levert de loodmeting een belangrijk puzzelstuk voor het totaalbeeld. In combinatie met andere metingen en waarnemingen kan de onderzoeker beter inschatten of de woning mogelijk ongelijk is gezakt.
Wat zijn de beperkingen van een loodmeting?
Een loodmeting laat zien dat een bouwdeel scheef staat, maar niet waarom. Gevels zijn bovendien niet altijd te lood gebouwd, en één meting is een momentopname.
Gevels en wanden zijn bij de bouw niet altijd precies verticaal opgetrokken. Uitbuiging van metselwerk of werking van houtwerk, zoals kozijnen of balken, kan een afwijking geven die niets met de fundering te maken heeft. En één meting zegt niet of de scheefstand nog toeneemt; daarvoor is herhaling nodig.
Ook de bereikbaarheid speelt mee. Op een hoge gevel of achter beplanting kun je soms niet over de volle hoogte meten. Dan wordt de meting beperkt tot het bereikbare deel en staat dat in het rapport. Wil je weten wat er in het algemeen bij funderingsonderzoek komt kijken, lees dan wat funderingsonderzoek is.
Wat zegt scheefstand over een fundering?
Scheefstand kan erop wijzen dat de fundering aan één kant meer is gezakt dan aan de andere kant. Maar scheefstand is geen direct bewijs van een slechte fundering: ook bouwafwijkingen en andere oorzaken spelen mee.
Als de ondergrond of de fundering onder een deel van de woning meer meegeeft, kantelt het bovenliggende metselwerk mee. Een gevel die naar één kant helt, kan daarom een gevolg zijn van ongelijke zetting. Bij oudere woningen op klei of veen, met een houten paalfundering of een fundering op staal, is dat een bekend verschijnsel.
Toch is de stap van "scheef" naar "funderingsprobleem" niet automatisch. Veel oude panden staan al sinds de bouw iets uit het lood, zonder dat er sindsdien veel is veranderd. Wat telt, is de combinatie: helt de gevel in dezelfde richting als waar de lintvoeg afloopt, staan er scheuren op die plek en lopen de vloeren mee? Dan versterken de signalen elkaar. Staat de scheefstand op zichzelf, dan is de betekenis kleiner.
Wat is het verschil tussen scheefstand en verzakking?
Verzakking is het zakken van (een deel van) een woning; scheefstand is een mogelijk gevolg daarvan, namelijk een bouwdeel dat niet meer verticaal staat. Een woning kan verzakken zonder scheef te staan, en scheef staan zonder recente verzakking.
De twee begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar beschrijven iets anders. Verzakking gaat over een beweging naar beneden. Zakt een woning overal evenveel, dan blijft hij recht staan en zie je er weinig van. Zakt één kant meer, dan ontstaat scheefstand: de gevel kantelt mee.
| Begrip | Wat het beschrijft | Hoe je het meet |
|---|---|---|
| Verzakking | Het naar beneden bewegen van (een deel van) de woning | Hoogtemetingen, zoals een lintvoegwaterpassing of vloerveldwaterpassing |
| Scheefstand | Een bouwdeel dat afwijkt van de verticaal | Loodmeting of scheefstandsmeting |
Meer over oorzaken en gevolgen van zakking lees je op de pagina over verzakking van een woning.
Combinatie met een lintvoegwaterpassing
Een loodmeting en een lintvoegwaterpassing vullen elkaar aan: de een kijkt naar de verticale stand van de gevel, de ander naar hoogteverschillen in de lengterichting.
Bij een lintvoegwaterpassing wordt een doorlopende metselvoeg op meerdere punten in hoogte gemeten. Ligt één hoek van de gevel lager en helt de gevel bij die hoek ook opzij, dan wijzen beide metingen dezelfde kant op. Dat maakt het beeld sterker dan elke meting afzonderlijk.
Combinatie met een vloerveldwaterpassing
Een vloerveldwaterpassing laat zien hoe de vloer binnen ligt. Samen met de loodmeting wordt duidelijk of de binnenkant van de woning dezelfde beweging laat zien als de gevels.
Bij een vloerveldwaterpassing wordt in een raster over de begane grondvloer gemeten. Helt de voorgevel naar voren en loopt de vloer in de voorkamer ook richting de gevel af, dan past dat bij een woning die aan de voorzijde meer is gezakt. Loopt de vloer juist een andere kant op, dan vraagt dat om een andere verklaring, zoals doorbuiging van de balklaag.
Een vloerveld is het vloeroppervlak van een vertrek of een deel daarvan tussen dragende muren. Per vloerveld wordt een raster van hoogtepunten gemeten.
Lees meer over een helling in de vloerWanneer is een loodmeting onderdeel van fase 1?
Een loodmeting maakt deel uit van fase 1 als het vooronderzoek aanleiding geeft om scheefstand of ongelijke zakking nader te onderzoeken. Fase 1 wordt alleen geadviseerd als fase 0 daar reden voor geeft.
In fase 0 kijkt de onderzoeker naar archiefgegevens, de bodem en de woning zelf. Ziet hij daarbij signalen die kunnen passen bij funderingsbeweging, dan kan fase 1 worden geadviseerd. Daarin worden onder meer de lintvoegwaterpassing, de loodmeting, de vloerveldwaterpassing en het vastleggen van scheurpatronen uitgevoerd, met aanvullende inspecties waar nodig.
Fase 1 kost vanaf €950 inclusief btw voor het hele onderzoek; een loodmeting heeft geen losse prijs. Welke metingen nodig zijn, wordt vooraf afgestemd. Hoe dat in zijn werk gaat, lees je op de pagina over fase 1 funderingsonderzoek.
Hoe worden de resultaten in een rapport verwerkt?
In het rapport worden de meetplekken, afwijkingen en richtingen weergegeven, meestal op een tekening of foto, en gecombineerd met de andere metingen tot een samenhangende conclusie en advies.
Je krijgt niet alleen een lijst met meetwaarden, maar vooral een duiding. Het rapport beschrijft wat er is gemeten, wat opvalt en hoe dat samenhangt met de lintvoegwaterpassing, de vloermeting en de scheurpatronen. Beperkingen, zoals onbereikbare delen of eerdere reparaties, worden expliciet genoemd.
Aan het eind volgt een advies. Dat kan zijn: geen verdere actie, de woning laten monitoren, nader onderzoek zoals een inspectieput, of een herstelplan laten uitwerken door een gespecialiseerde partij. Hoe je zo'n rapport het best leest, staat in de uitleg over een funderingsrapport lezen.
Voorbeeld: een loodmeting bij een hoekwoning
In een fictieve vooroorlogse hoekwoning met scheuren bij de zijgevel wordt op meerdere hoogtes gemeten bij de hoek, naast de kozijnen en bij de aansluiting op de buurwoning.
Bij een fictieve hoekwoning lijkt de zijgevel bovenin naar buiten te hellen en loopt een scheur schuin vanaf een raamhoek. Het vooronderzoek adviseert fase 1.
De onderzoeker meet de zijgevel bij de voorhoek, halverwege en bij de achterhoek, telkens onder en zo hoog als bereikbaar. Ook de kozijnstijlen van het raam met de scheur worden gemeten. Uit de meting blijkt dat de zijgevel vooral bij de voorhoek naar buiten helt, terwijl het achterste deel vrijwel recht staat.
De lintvoegwaterpassing laat zien dat de voeg richting diezelfde voorhoek afloopt. Samen wijzen de metingen op meer zakking onder die hoek. Het advies luidt in dit fictieve geval monitoren met herhaalmetingen, zodat blijkt of de beweging nog doorgaat. Het voorbeeld laat de werkwijze zien en zegt niets over jouw woning.
Wil je weten welke meting bij jouw situatie past?
Welke meting zinvol is, hangt af van de signalen aan je woning en van wat een eerste onderzoek heeft opgeleverd.
Twijfel je? Wil je weten welke meting bij jouw situatie past? Neem contact op. MV Funderingsscan denkt onafhankelijk met je mee en voert zelf geen funderingsherstel uit.
