Wat is een visuele funderingsinspectie?
Een visuele funderingsinspectie is een niet-destructieve rondgang door en om de woning, waarbij zichtbare signalen van mogelijke funderingsbewegingen worden opgespoord, gefotografeerd en beschreven.
Een fundering laat zich zelden direct zien, maar de woning erboven reageert wel op wat er onder de grond gebeurt. Als een deel van de fundering zakt, vervormt het metselwerk, gaan kozijnen scheef staan of gaat een vloer hellen. Een visuele inspectie zoekt naar die sporen en beschrijft ze zo, dat ze later te vergelijken en te duiden zijn.
Het verschil met een algemene bouwkundige keuring is de focus. De inspectie richt zich op wat iets zegt over de fundering en de ondergrond, niet op de staat van het dak, de installaties of het schilderwerk. De dienstkant van deze stap, inclusief wat je ervan kunt verwachten, staat op funderingsinspectie.
Hoe verloopt een visuele inspectie?
De inspectie volgt een vaste volgorde: eerst de buitenkant rondom, dan de binnenkant per verdieping, daarna de kruipruimte voor zover toegankelijk, en tot slot het vastleggen van alle waarnemingen.
- VoorbereidingDe gegevens uit het archiefonderzoek bepalen waar extra aandacht nodig is.
- BuitenAlle bereikbare gevels, de aansluitingen met buren en aanbouwen, en het maaiveld rondom.
- BinnenMuren, plafonds, vloeren, deuren, ramen en trappen, per vertrek.
- KruipruimteVoor zover toegankelijk: zichtbare funderingsdelen, vocht en de staat van de vloerconstructie.
- VastleggenFoto's, beschrijvingen en de locatie van elke waarneming, als basis voor het rapport.
Een vaste volgorde zorgt ervoor dat niets wordt overgeslagen en dat waarnemingen binnen en buiten met elkaar in verband kunnen worden gebracht. Een scheur binnen op dezelfde plek als een scheur buiten zegt bijvoorbeeld meer dan twee losse scheuren.
Wat wordt er buiten bekeken?
Buiten wordt gelet op gevels en metselwerk, scheuren en hun verloop, de horizontale voegen, de stand van kozijnen, aansluitingen met buurwoningen en aanbouwen, en het maaiveld rond de woning.
- Gevels en metselwerk: scheuren, uitbuiging, verschoven stenen en plaatselijk hermetselde delen
- Voegen: of horizontale voegen recht lijken te lopen of zichtbaar afbuigen
- Kozijnen: scheve stand, scheuren in de hoeken en kieren langs de aansluiting met het metselwerk
- Aansluitingen: naden tussen het hoofdgebouw en een aanbouw, en tussen de woning en de buren
- Maaiveld: verzakte bestrating, kieren langs de gevel en het verloop van het terrein
- Zichtbare funderingsdelen: voor zover boven het maaiveld te zien
Het voordeel van buiten kijken is overzicht: je ziet de woning als geheel en kunt vergelijken met de buurwoningen. Vertoont het hele bouwblok hetzelfde beeld, dan kan dat iets zeggen over de gezamenlijke fundering of ondergrond.
Wat wordt er binnen bekeken?
Binnen gaat het om scheuren in muren en plafonds, scheve of hellende vloeren, klemmende deuren en ramen, scheefstand van kozijnen en trappen, en vochtplekken die met de fundering te maken kunnen hebben.
Binnen zijn signalen vaak beter te zien dan buiten, omdat stucwerk en tegelwerk snel reageren op beweging. Tegelijk zijn er binnen ook meer verklaringen die niets met de fundering te maken hebben, zoals krimp van stucwerk of werking van houten vloeren. Daarom wordt elke waarneming binnen gekoppeld aan wat er buiten op dezelfde plek te zien is.
Vragen over specifieke binnensignalen worden verder uitgewerkt in klemmende deuren en helling in de vloer.
Waar let de inspecteur op per bouwdeel?
Elk bouwdeel reageert anders op funderingsbewegingen: gevels en muren scheuren, vloeren gaan hellen, kozijnen en deuren gaan scheef staan en in de kruipruimte zijn soms funderingsdelen en vocht te zien.
Gevels en muren
Gekeken wordt naar de plek, richting en vorm van scheuren, naar uitbuiging en naar plaatsen waar metselwerk is vervangen. Een scheur die van boven naar beneden breder wordt, vertelt iets anders dan een scheur die naar onderen toe smaller wordt. Binnenmuren worden vergeleken met de gevel aan dezelfde kant.
Vloeren
Een vloer die naar één kant afloopt, kieren onder plinten of een tegelvloer met scheuren in een lijn kunnen wijzen op ongelijke zakking. Houten vloeren kunnen ook doorbuigen door de balklaag zelf. Exact meten gebeurt pas in fase 1 met een vloerveldwaterpassing.
Kozijnen
Scheve kozijnen, scheuren vanuit de hoeken en ramen die moeilijk sluiten kunnen op vervorming wijzen. Boven kozijnen kunnen scheuren ook ontstaan door een roestende latei, wat geen funderingsoorzaak heeft. Zie scheuren boven kozijnen.
Deuren
Een deur die klemt of vanzelf open- of dichtvalt, kan op scheefstand wijzen. Vaak zijn er eenvoudiger verklaringen, zoals vocht in het hout of slecht afgestelde scharnieren. Het patroon over meerdere deuren in dezelfde richting is daarom belangrijker dan één deur.
Kruipruimte
Als de kruipruimte toegankelijk is, kunnen soms delen van de fundering, de onderkant van de vloer en de vochthuishouding worden bekeken. Is de kruipruimte niet bereikbaar, dan wordt dat als beperking genoemd. Meer in kruipruimte-inspectie.
Hoe worden scheuren beoordeeld?
Bij scheuren wordt gekeken naar plaats, richting, vorm, breedte en verloop, en vooral naar het patroon over de hele woning; één scheur zegt zelden genoeg.
Verticale, horizontale, diagonale en trapvormige scheuren kunnen elk verschillende oorzaken hebben. Een trapvormige scheur die schuin door het metselwerk loopt en breder wordt naar één kant, kan bijvoorbeeld passen bij een hoek die lager ligt. Maar ook krimp, temperatuurwerking of een aanbouw met een eigen fundering kunnen scheuren geven.
Een trapvormige scheur volgt de voegen van het metselwerk in een trapjespatroon, meestal schuin over de gevel. Het patroon en de richting zeggen iets over welke kant mogelijk beweegt.
Lees meer over scheurpatronenIn fase 0 worden scheuren beschreven en gefotografeerd. Gedetailleerd vastleggen en volgen in de tijd hoort bij fase 1 en bij het monitoren van scheuren.
Hoe wordt scheefstand zichtbaar?
Scheefstand valt vaak op door gevels die zichtbaar voorover of achterover hellen, kozijnen die uit het lood staan, deuren die vanzelf bewegen en vloeren die naar één kant aflopen.
Met het blote oog is grove scheefstand goed te herkennen, zeker als je de woning vergelijkt met de buren of met rechte lijnen zoals een dakgoot of een raamstijl. Kleine afwijkingen zijn visueel niet betrouwbaar vast te stellen. Daarvoor bestaat de loodmeting in fase 1.
Belangrijk is ook dat niet elke gevel ooit perfect te lood is gebouwd. Een lichte afwijking kan er altijd al gezeten hebben. Meer achtergrond lees je in scheefstand.
Welke signalen kunnen wijzen op zetting?
Signalen van mogelijke ongelijke zetting zijn vooral combinaties: scheuren die in dezelfde richting wijzen, scheefstand aan dezelfde kant, en vloeren en deuren die dat beeld bevestigen.
Sterker signaal
- Scheuren binnen en buiten op dezelfde plek
- Trapvormige scheuren die naar één hoek wijzen
- Meerdere kozijnen en deuren scheef in dezelfde richting
- Vloer die afloopt naar dezelfde kant als de gevel helt
Vaak andere oorzaak
- Haarscheurtjes in nieuw stucwerk
- Eén klemmende deur na een vochtige periode
- Scheur boven een kozijn met roestvorming
- Naad bij een aanbouw met eigen fundering
Bij ongelijke zetting zakken delen van een woning niet even veel. Dat geeft spanning in de constructie, met scheuren en scheefstand als mogelijk gevolg.
Lees meer over ongelijke zettingWat zijn de beperkingen van een visuele inspectie?
Een visuele inspectie ziet alleen wat zichtbaar en bereikbaar is, meet niet, en laat niet zien of bewegingen nog doorgaan; de conclusie is daarom een inschatting, geen vaststelling.
De fundering zelf wordt niet vrijgelegd, er wordt geen houtonderzoek gedaan en er worden geen metingen met instrumenten uitgevoerd. Afwerklagen, behang, meubels en vloerbedekking kunnen signalen verbergen. Een gesloten of onbereikbare kruipruimte beperkt het zicht op de onderbouw. En één bezoek is een momentopname: of een scheur nog groeit, blijkt pas uit herhaalde waarnemingen.
Deze beperkingen worden in het rapport benoemd. Ze zijn ook de reden dat fase 0 soms uitmondt in een advies voor metingen in fase 1 of voor het toegankelijk maken van de kruipruimte.
Wat kun je zelf doen voor de inspectie?
Je helpt de inspectie door de kruipruimte en zolder bereikbaar te maken, bekende scheuren en klachten te noteren en eventuele tekeningen of eerdere rapporten klaar te leggen.
- Maak het kruipluik vrij en zorg dat het open kan
- Noteer welke deuren of ramen klemmen en sinds wanneer
- Maak een lijstje van scheuren die je zelf hebt gezien
- Zoek bouwtekeningen, verbouwingsgegevens of oude rapporten op
- Zorg dat alle gevels en de tuin bereikbaar zijn
Wil je eerst zelf inschatten of onderzoek zinvol is, doe dan de online funderingscheck.
Wat gebeurt er met de waarnemingen?
Alle waarnemingen worden gecombineerd met de archief- en bodemgegevens tot een risico-inschatting, en vastgelegd in een rapport met foto's, conclusie en advies.
De inspectie op zich levert nog geen oordeel op. Pas door de waarnemingen naast het bouwjaar, het vermoedelijke funderingstype en de ondergrond te leggen, ontstaat een samenhangend beeld. Hoe dat gebeurt, lees je in funderingsrisico-inschatting. Hoe het rapport eruitziet, staat op funderingsrapport.
Wil je de inspectie voor jouw woning laten uitvoeren als onderdeel van het vooronderzoek? Vraag een fase 0 funderingsscan aan; de inspectie wordt meestal binnen enkele werkdagen ingepland.
