Wat is de grondwaterstand?
De grondwaterstand is het niveau tot waar de grond met water verzadigd is. Die stand is niet vast, maar beweegt met seizoenen, neerslag en peilbeheer.
Onder vrijwel elke woning in Friesland en Groningen zit op enige diepte grondwater. In natte perioden stijgt de stand, in droge perioden daalt die. Daarnaast speelt het peilbeheer van het waterschap een rol: in polders wordt het oppervlaktewater op een bepaald peil gehouden, wat invloed heeft op het grondwater in de omgeving. Meer over de samenhang lees je bij grondwater en fundering en peilverschillen.
Een peilbuis is een buis in de grond met een geperforeerd deel onderaan, waarin het grondwater kan instromen. Door de waterstand in de buis te meten, weet je hoe hoog het grondwater op die plek staat.
Hoe wordt grondwater gemeten?
Grondwaterstanden worden gemeten in peilbuizen, met de hand of met een automatische meter die regelmatig de stand registreert.
- Peilbuis plaatsenEen buis wordt tot onder de grondwaterstand in de grond gebracht.
- Stand metenDe waterstand in de buis wordt gemeten, met de hand of automatisch.
- VastleggenDe meting wordt vastgelegd, vaak ten opzichte van NAP of het maaiveld.
- Reeks opbouwenDoor steeds opnieuw te meten ontstaat een beeld van hoge en lage standen door het jaar heen.
Eén meting is ook hier een momentopname. Pas een reeks laat zien hoe laag het grondwater in droge perioden kan komen, en dat is voor funderingen vaak de belangrijkste vraag.
Wie meet de grondwaterstand?
Gemeenten, waterschappen en provincies beheren vaak meetnetten met peilbuizen. Die gegevens zijn in veel gevallen openbaar te raadplegen.
In Friesland voert het waterschap (Wetterskip Fryslân) het peilbeheer uit. Daarnaast hebben gemeenten en provincies vaak eigen meetpunten, bijvoorbeeld in stadskernen met veel oudere bebouwing. Het aantal peilbuizen verschilt per gebied: in de ene wijk staat er een vlakbij, in een andere is de dichtstbijzijnde meting verder weg. Dat bepaalt hoe goed openbare gegevens iets zeggen over de situatie bij een specifieke woning.
Een peilbuis in de buurt zegt iets over het gebied, niet precies over de grond onder jouw woning. Lokale verschillen in bodem, drainage of riolering kunnen invloed hebben.
Waarom is grondwater belangrijk voor houten palen?
Zolang houten palen onder water staan, is het risico op schimmelaantasting (paalrot) klein; bacteriële aantasting kan onder water wel optreden. Bij een lage grondwaterstand kunnen paalkoppen droog komen te staan, waardoor schimmels het hout kunnen aantasten.
Woningen van vóór circa 1970 staan vaker op houten palen. Onder water krijgen schimmels weinig kans, maar bacteriële aantasting kan daar wel optreden, over de hele lengte van de paal; grenen is daar gevoeliger voor dan vuren. Komt de bovenkant van de palen droog te staan, dan krijgen schimmels de kans; dat heet paalrot. Een woning met houten palen heeft niet automatisch problemen, maar de grondwaterstand is wel een van de belangrijkste factoren in de risico-inschatting.
Wat is de invloed van grondwater op zetting?
Daalt het grondwater, dan kan veen gaan oxideren en inklinken en kan klei krimpen. Dat kan zetting versnellen, vooral bij woningen die op staal gefundeerd zijn.
Veen
Valt veen droog, dan oxideert en klinkt het in. De bodem daalt en woningen op staal kunnen mee zakken.
Klei
Klei krimpt bij droogte en zwelt bij nat weer. Wisselende grondwaterstanden kunnen zo beweging veroorzaken.
Zand
Zand is meestal stabieler en reageert minder sterk op wisselingen in de grondwaterstand.
Welke rol speelt grondwater in archiefonderzoek?
In fase 0 worden openbare gegevens over grondwater samen met bouwjaar, funderingstype en bodemopbouw gebruikt om het risico in te schatten.
Een funderingsscan bevat geen eigen grondwatermeting met een nieuwe peilbuis. Wel wordt in het archiefonderzoek gekeken naar beschikbare gegevens over grondwater en bodemdaling in de omgeving. In combinatie met het vermoedelijke funderingstype levert dat een belangrijke bouwsteen voor de risico-inschatting. Ontbreken bruikbare gegevens, dan wordt dat als beperking in het rapport genoemd.
Een overzicht van de metingen in fase 1 vind je bij funderingsmetingen.
