Ongelijke zetting: Ongelijke zetting is een zakking waarbij verschillende delen van een gebouw niet evenveel zakken, waardoor spanningen in de constructie ontstaan die kunnen leiden tot scheuren, scheefstand en vervorming.
Bekijk alle begrippenWat is ongelijke zetting?
Ongelijke zetting is zakking die niet overal in een woning even groot is. Het ene deel zakt meer of sneller dan het andere, waardoor de woning vervormt.
Elke woning zet; dat is op zichzelf normaal, zoals uitgelegd in het artikel over zetting. Het verschil zit in de verdeling. Zakt een hoek, een gevel of een aanbouw meer dan de rest, dan moet de constructie dat verschil opvangen. Metselwerk is stijf en kan maar weinig vervorming verdragen voordat het scheurt.
Ongelijke zetting kan geleidelijk verlopen, zodat een gevel over de hele lengte iets afloopt, of plaatselijk optreden, met een duidelijke knik of scheur op één plek. Het patroon zegt vaak iets over de mogelijke oorzaak.
Waarom is ongelijke zetting schadelijker dan gelijkmatige zetting?
Bij gelijkmatige zetting beweegt de woning als één geheel. Bij ongelijke zetting worden onderdelen ten opzichte van elkaar verschoven, en juist die verschillen veroorzaken spanningen en schade.
Vergelijk het met een plank die op twee steunpunten ligt. Zakken beide steunpunten evenveel, dan blijft de plank recht. Zakt één steunpunt, dan gaat de plank scheef of buigt hij door. Een woning reageert op een vergelijkbare manier, maar dan met muren, vloeren, kozijnen en een dak die allemaal met elkaar verbonden zijn.
Vervorming is een verandering van de oorspronkelijke vorm van een bouwdeel, bijvoorbeeld een gevel die doorbuigt of een vloer die gaat hellen. Bij ongelijke zetting is vervorming het gevolg van verschillen in zakking.
Wat zijn de oorzaken van ongelijke zetting?
Ongelijke zetting ontstaat meestal door verschillen onder of in de woning: verschillen in bodemopbouw, in belasting, in fundering of in grondwaterstand.
Bodemverschillen
Onder één woning kan de ondergrond verschillen, bijvoorbeeld een dikkere veenlaag onder de achtergevel dan onder de voorgevel, of een overgang van zand naar klei. Zie ook veenbodem en kleibodem.
Belastingverschillen
Een zware gevel of schoorsteen drukt meer op de grond dan een lichte binnenwand. Ook een latere verbouwing, een extra verdieping of een ophoging van de tuin kan de belasting plaatselijk veranderen.
Aanbouw met andere fundering
Aanbouwen hebben vaak een eigen, ondiepere fundering dan het hoofdgebouw. Daardoor kunnen ze anders zakken, met een scheur op de aansluiting als gevolg. Lees meer bij scheuren bij een aanbouw.
Grondwater
Daalt het grondwater plaatselijk, dan kunnen slappe lagen verder samendrukken. Bij houten palen kunnen paalkoppen droog komen te staan. Zie grondwater en fundering.
Welke gevolgen kan ongelijke zetting hebben?
Ongelijke zetting kan leiden tot scheuren in metselwerk, scheefstand van gevels en vloeren en klemmende deuren of ramen. Welke gevolgen optreden, hangt af van de plek en de omvang van het verschil.
- Scheuren, vaak diagonaal of trapvormig door het metselwerk, rond kozijnen of op aansluitingen. Hoe je scheuren duidt, lees je bij scheurpatronen.
- Scheefstand van gevels, wanden of vloeren. Zie ook scheefstand.
- Klemmende deuren en ramen doordat kozijnen uit het haakse trekken. Meer bij klemmende deuren.
- Hellende vloeren en drempels of vensterbanken die zichtbaar aflopen.
Scheuren en klemmende deuren kunnen ook ontstaan door krimp, temperatuurwisselingen, roestende lateien, houtwerking, vocht of slecht afgestelde deuren. Juist daarom is een beoordeling van het totaalbeeld nodig.
Hoe wordt ongelijke zetting vastgesteld?
Ongelijke zetting wordt vastgesteld door hoogteverschillen in de woning te meten, bijvoorbeeld langs een lintvoeg of over de vloer, en die te combineren met scheurpatronen en gegevens over bodem en fundering.
- VooronderzoekArchief- en bodemonderzoek en een visuele inspectie laten zien of er aanleiding is om te meten.
- LintvoegwaterpassingHoogtemeting langs een doorlopende horizontale voeg in de gevel. Zie lintvoegwaterpassing.
- VloerveldwaterpassingEen raster van hoogtemetingen over de begane grondvloer. Zie vloerveldwaterpassing.
- Loodmeting en scheurpatronenDe stand van gevels ten opzichte van de verticaal en het vastleggen van scheuren vullen het beeld aan.
- MonitoringHerhaalde metingen tonen of de beweging nog doorgaat.
Het patroon in de metingen is belangrijker dan één afwijkend punt. Een lintvoeg is bij de bouw bovendien nooit volkomen waterpas gemetseld, wat bij de interpretatie wordt meegewogen.
Voorbeeld: een scheur tussen woning en aanbouw
Een scheur op de aansluiting van een aanbouw kan wijzen op ongelijke zetting tussen twee bouwdelen met een verschillende fundering. Dat hoeft niets te zeggen over de fundering van het hoofdgebouw.
Stel: aan een vooroorlogse woning is later een keukenuitbouw gebouwd. Op de plek waar beide delen samenkomen, loopt een verticale scheur die van boven naar beneden breder wordt. Binnen klemt de deur naar de uitbouw.
Een mogelijke verklaring is dat de uitbouw op een ondiepere fundering staat en anders zakt dan het hoofdgebouw. Of dat zo is en of de beweging nog doorgaat, blijkt uit onderzoek. Bij een vooronderzoek wordt gekeken naar het bouwjaar van beide delen, de beschikbare tekeningen en het scheurpatroon. Afhankelijk daarvan kan monitoren volstaan of zijn metingen zinvol.
Wanneer is onderzoek verstandig?
Onderzoek is verstandig als je meerdere signalen tegelijk ziet, zoals scheuren in combinatie met scheefstand of klemmende deuren, of als bestaande scheuren groter worden.
Eén losse scheur is meestal geen reden voor uitgebreid onderzoek. Wel als signalen samenkomen, terugkeren na herstel of in de loop van maanden toenemen. Ook bij de aankoop van een oudere woning op slappe grond kan een vooronderzoek meer duidelijkheid geven.
Een funderingsscan begint met fase 0. Daaruit volgt een advies: geen directe aanleiding, monitoren, aanvullend onderzoek of fase 1 met metingen. Weet je niet welke stap past? Stel je vraag via contact.
